Ode aan Amsterdam en burgemeester

Vrijdagavond 6 oktober droeg Maher Lakmoush tijdens de eerste literaire avond van BOOST, zijn gedicht voor over ‘Een stad als geen andere’, waar je je veilig en geliefd kunt voelen. Daarmee werd de avond een heel bijzondere ode aan Amsterdam en aan burgemeester Eberhard van der Laan, die een dag eerder op 5 oktober overleed. Het gedicht verwoordt en verbeeldt op een prachtige manier hoe ook de burgemeester de stad voor zich zag; als een plek waar je kunt schuilen als het er toe doet.
Maher schreef zijn gedicht over Amsterdam in het Arabisch. Via zijn taalcoach bij BOOST werden Djûke Poppinga en Richard van Leeuwen graag bereid gevonden om het te vertalen in het Nederlands. Azouz, Amsterdams fotograaf afkomstig uit Syrië, maakte een aantal mooie foto’s van de prachtige avond. Het gedicht van Maher is hieronder in het Nederlands te lezen.

Maher Lakmoush

 

Een stad als geen andere

 

Het water van de zeeën heeft me opgeslokt,

tijdens de lange nachten van mijn vlucht.

De dood smaakte bitter als een kolokwint,

als een pijnlijk mes.

Na mijn dood werd ik wakker op een boot

in de grachten van de stad.

Ik dronk er een glas van zijn schoonheid

aan de Amstel,

in de smalle straatjes,

in de oude steegjes.

Mijn ogen dwaalden in betovering

over het Damplein

de geur van de geschiedenis

en de mooie ogen.

 

Een stad als geen andere.

Ik heb er gebeden

voor de vriendelijke gezichten.

Begroetingen worden ontvangen,

hoofden schudden,

trappen worden bestegen.

Ik vroeg me af:

Zou ik vóór deze gebeden

zijn geboren?

 

Een stad als geen andere,

waar alles is,

waar op het water wordt gelopen

zoals Jezus.

Een stad die zoveel ruimte heeft

in zijn hart.

Het licht in deze stad slaapt nooit,

de vogels slapen er nooit,

de liefde slaapt er nooit.

Uit liefde en water

worden goden geschapen.

Wat een prachtige stad.

 

Een stad als geen andere.

Een stad die de hele wereld bevat.

De oceanen in een enkele druppel,

alle kleuren in een enkel schilderij,

alle bloemen in een enkele tulp,

de vervoering van de liefde in een enkele fluistering

en alle alfabetten in een enkel woord.

Zo is Amsterdam.

 

Amsterdam.

O, eeuwige vloed,

begin van de schepping.

De hele wereld verdrinkt,

maar jij verdrinkt niet,

omdat je elke ochtend

wordt geboren in het water.

 

Amsterdam,

dierbaar in mijn eenzaamheid,

druk me aan je hart.

Ik, die van alles verstoken ben en niemand meer heb

behalve jou.

Ik ben uit Syrië naar je toe toegekomen,

zonder kompas.

Ik schud het zeezout af,

de verschrikkingen van de bloedbaden

en het onrecht van de sultan.

Ik ben uit Syrië naar je toegekomen

met mijn lantaarn in mijn hand

op het feest van de liefde,

Kerstmis,

op alle feesten van de mens.

Ik ben naar je toegekomen op zoek naar een vaderland

dat me beschermt

tegen de plooien van de vergetelheid.

 

Amsterdam,

Gods paradijs op aarde.

Jij geeft beschutting aan elk mens

Steeds wanneer ik overweeg je te verlaten,

word ik omringd door het water,

door de tulpen

en door de mensen.

Vergeef me, liefste.

Na verloop van tijd begon ik te denken

dat de mens twee keer wordt geboren,

ja… twee keer.

Wanneer zijn moeder hem baart

en wanneer hij wordt gedoopt in

jouw grachten,

Amsterdam.

 

Vertaling: Djûke Poppinga en Richard van Leeuwen